Wanneer extern feitenonderzoek het verschil maakt
Een recente uitspraak van de Rechtbank Gelderland laat zien hoe belangrijk zorgvuldig extern feitenonderzoek kan zijn bij een ernstig arbeidsrechtelijk incident. In ECLI:NL:RBGEL:2026:2510 bleef een ontslag op staande voet in stand nadat de werkgever AVAQ – Vidocq had ingeschakeld voor onderzoek.
In dit artikel duiden wij uitsluitend wat uit de openbaar gepubliceerde uitspraak blijkt. AVAQ – Vidocq heeft in deze zaak het externe onderzoek uitgevoerd, maar over het onderzoeksdossier, de gevoerde gesprekken, onderliggende stukken of vertrouwelijke informatie doen wij geen mededelingen. De analyse hieronder is gebaseerd op de uitspraak zoals gepubliceerd op Rechtspraak.nl en op de wijze waarop de kantonrechter het onderzoek en het handelen van de werkgever heeft beoordeeld.
Juist die beperking is belangrijk. Professioneel onderzoek vraagt niet alleen om zorgvuldigheid tijdens het onderzoek, maar ook daarna. Wat vertrouwelijk is, blijft vertrouwelijk. Wat openbaar is, kan worden benut om van te leren.
Soms wordt pas later duidelijk dat een incident ernstiger is dan aanvankelijk werd aangenomen. Dan komt het aan op snelheid, zorgvuldigheid en een goed afgebakend feitenonderzoek.
In de beschikking van 31 maart 2026 stond een ontslag op staande voet centraal van een werknemer in de gehandicaptenzorg. De werknemer was ontslagen nadat beeldmateriaal beschikbaar kwam waarop te zien was dat hij geweld gebruikte tegen een kwetsbare cliënte. Hij verzocht de kantonrechter om vernietiging van het ontslag en betaling van onder meer loon en transitievergoeding.
De kantonrechter wees die verzoeken af. Het ontslag op staande voet bleef in stand.
De kern van de zaak
De werkgever, een zorgorganisatie, had een werknemer op staande voet ontslagen. Aan dat ontslag lag ten grondslag dat de werknemer geweld zou hebben gebruikt in de zorgrelatie met een kwetsbare cliënte.
Uit de uitspraak blijkt dat op 16 juli 2025 een incident plaatsvond. De werknemer maakte daarvan zelf een interne melding. In die melding beschreef hij een situatie waarin een cliënte zich verzette en waarin fixatie had plaatsgevonden. De werknemer stelde dat hij niet had geslagen.
Enkele maanden later werd bij de werkgever bekend dat er een GIF-bestand bestond waarop te zien zou zijn dat de werknemer de cliënte in haar buik sloeg terwijl zij op de grond lag. Kort daarna gaf de werkgever opdracht aan AVAQ – Vidocq om onderzoek te doen naar de melding in relatie tot het mogelijke vastgelegde geweldsincident.
De werknemer is vervolgens gehoord. Later is hij geconfronteerd met het originele videobestand. Uit de uitspraak blijkt dat de werknemer na het zien van de beelden verklaarde dat hij zich het handelen niet op die manier kon herinneren, dat hij ervan schrok en dat hij zag dat het anders was gegaan dan hij eerder had verklaard.
De werkgever ontsloeg de werknemer vervolgens op staande voet.
Kerngegevens van de uitspraak samengevat
- ECLI: ECLI:NL:RBGEL:2026:2510
- Rechtbank: Rechtbank Gelderland
- Datum uitspraak: 31 maart 2026
- Rechtsgebied: arbeidsrecht
- Onderwerp: ontslag op staande voet na geweld tegen kwetsbare cliënte in zorgrelatie
- Onderzoek: extern feitenonderzoek door AVAQ – Vidocq, zoals vermeld in de openbare uitspraak
- Uitkomst: verzoek tot vernietiging ontslag op staande voet afgewezen; transitievergoeding afgewezen
- Analyse: beschikbaar op Recht in Beeld.ai
Het oordeel van de kantonrechter
De kantonrechter oordeelde dat sprake was van een dringende reden voor ontslag op staande voet.
Volgens de rechter leverde het drie keer slaan van een cliënte terwijl zij op de grond lag een gedraging op die maakte dat van de werkgever redelijkerwijs niet kon worden verlangd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Daarbij woog mee dat de werknemer al ruim zestien jaar werkzaam was in de zorg en jaarlijks fixatietrainingen volgde. Ook zonder interne professionele standaarden had de werknemer volgens de kantonrechter kunnen en behoren te weten dat dit gedrag onaanvaardbaar was.
Het beroep van de werknemer op een black-out slaagde niet. De kantonrechter vond dat onvoldoende onderbouwd. Daarbij speelde mee dat de werknemer eerder gedetailleerd had verklaard over het incident en toen stellig had ontkend dat hij had geslagen.
Ook het verweer dat het ontslag niet onverwijld was gegeven, werd verworpen. De rechter keek daarbij niet alleen naar de datum van het incident, maar vooral naar het moment waarop bij de werkgever daadwerkelijk een concreet vermoeden van een dringende reden ontstond. Volgens de kantonrechter handelde de werkgever voortvarend nadat zij hoorde dat er beeldmateriaal bestond.
Van belang was dat de werkgever binnen enkele dagen een extern onderzoeksbureau inschakelde, dat het GIF-bestand en later het originele videobestand werden verkregen, dat de werknemer werd gehoord en dat hij met de beelden werd geconfronteerd. De dag na het verkrijgen van het originele videobestand volgde het ontslag op staande voet.
De verzoeken van de werknemer werden afgewezen. Ook kreeg de werknemer geen transitievergoeding, omdat volgens de kantonrechter sprake was van ernstig verwijtbaar handelen.
Wat deze uitspraak relevant maakt
Deze uitspraak is relevant omdat zij laat zien hoe een rechter kijkt naar de route van melding naar onderzoek, van onderzoek naar besluitvorming, en van besluitvorming naar ontslag.
Daarin zitten drie belangrijke lijnen.
- Ten eerste maakt de uitspraak duidelijk dat een werkgever niet altijd direct bij het eerste signaal of incident hoeft over te gaan tot de zwaarste maatregel. Wel moet de werkgever handelen zodra er voldoende concrete aanwijzingen zijn dat sprake kan zijn van ernstig verwijtbaar gedrag.
- Ten tweede bevestigt de uitspraak dat beeldmateriaal krachtig bewijs kan zijn, maar niet betekent dat onderzoek overbodig wordt. Ook bij ogenschijnlijk duidelijke beelden blijft het nodig om zorgvuldig vast te stellen wat er is gebeurd, welke context relevant is en wat de betrokken werknemer daarover verklaart.
- Ten derde laat de uitspraak zien dat voortvarendheid niet hetzelfde is als overhaastheid. De werkgever moet snel handelen, maar mag ook de tijd nemen die nodig is om feiten te verifiëren, materiaal veilig te stellen en de betrokkene te horen.
Dat is precies het spanningsveld waarin veel organisaties terechtkomen bij ernstige incidenten: te langzaam handelen kan juridisch en moreel problematisch zijn, maar te snel handelen zonder zorgvuldige feitelijke basis kan dat net zo goed zijn.
De rol van extern feitenonderzoek
Extern onderzoek is geen standaardoplossing voor ieder arbeidsconflict. Soms is een gesprek, interventie, mediation of interne verkenning passender, of moet dat eerst worden gedaan. Onderzoek is geen reflexmiddel.
Maar bij ernstige vermoedens, kwetsbare betrokkenen, mogelijk verwijtbaar handelen en juridisch ingrijpende gevolgen kan onafhankelijk feitenonderzoek noodzakelijk zijn.
Dan gaat het niet om het “bouwen van een ontslagdossier”, maar om het zorgvuldig vaststellen van feiten. Wat is er gebeurd? Welke bronnen zijn beschikbaar? Welke verklaringen zijn afgelegd? Wat blijkt uit documenten, meldingen of beeldmateriaal? En heeft de betrokkene voldoende gelegenheid gehad om op relevante bevindingen te reageren?
In deze bijdrage beoordelen wij niet ons eigen onderzoek op basis van interne dossierkennis. Wij beperken ons tot de openbare uitspraak. Daaruit blijkt dat de werknemer is gehoord, met beeldmateriaal is geconfronteerd en gelegenheid heeft gekregen zijn verklaring te geven. De kantonrechter betrekt die gang van zaken vervolgens bij de beoordeling of de werkgever voortvarend en zorgvuldig heeft gehandeld.
Juist in dat onderscheid ligt de waarde van professioneel onderzoek. De onderzoeker beslist niet als werkgever en oordeelt niet als rechter. De onderzoeker verzamelt, toetst en ordent feiten. De werkgever neemt vervolgens een besluit. De rechter toetst achteraf of dat besluit juridisch standhoudt.
Die rol is niet vrijblijvend. Bij persoonsgericht onderzoek, waarvan hier sprake was, geldt voor particuliere onderzoeksbureaus een specifiek normenkader, waaronder de Privacygedragscode sector particuliere onderzoeksbureaus van de Nederlandse Veiligheidsbranche. Onderzoek moet daarom niet alleen zorgvuldig worden uitgevoerd, maar ook achteraf toetsbaar zijn. In het kader van de toetsing voor het Keurmerk Particulier Onderzoeksbureau, uitgegeven door de Nederlandse Veiligheidsbranche, moet AVAQ – Vidocq kunnen verantwoorden hoe onderzoeken worden ingericht, uitgevoerd en vastgelegd.
Waarom Recht in Beeld deze zaak zichtbaar maakt
Deze uitspraak is inmiddels ook opgenomen in Recht in Beeld: Bekijk ECLI:NL:RBGEL:2026:2510 op Recht in Beeld.
Voor ons is dat bijzonder. Niet omdat deze uitspraak iets “bewijst” over AVAQ – Vidocq, maar omdat zij zichtbaar maakt waarom Recht in Beeld is ontwikkeld: om uit openbare rechtspraak te leren hoe rechters onderzoek binnen organisaties beoordelen.
In Recht in Beeld wordt de openbare uitspraak geanalyseerd aan de hand van aspecten die bij professioneel onderzoek vaak beslissend zijn: onder meer type onderzoeker, onderzoeksmiddelen, hoor en wederhoor, tijdigheid, proportionaliteit, subsidiariteit en transparantie.

De analyse in Recht in Beeld is uitsluitend gebaseerd op de openbaar gepubliceerde uitspraak. Een vraagteken betekent dus niet dat een norm niet is nageleefd, maar dat het betreffende gegeven niet uit de uitspraak zelf blijkt.
Recht in Beeld is ontwikkeld om zichtbaar te maken hoe rechters onderzoek binnen organisaties beoordelen. Niet alleen wanneer onderzoek misgaat, maar juist ook wanneer onderzoek standhoudt.
Dat is nodig. In het publieke debat is vaak vooral aandacht voor ontspoorde onderzoeken, onzorgvuldige rapportages, gebrekkige onafhankelijkheid of disproportionele maatregelen. Die kritiek is soms terecht. Onderzoek kan schade veroorzaken wanneer het te breed, te zwaar, te laat, te slordig of te weinig menselijk wordt uitgevoerd.
Maar dat is niet het hele verhaal.
Er zijn ook onderzoeken waarin zorgvuldig wordt gewerkt. Waar hoor en wederhoor wordt toegepast. Waar de onderzoeksvraag wordt afgebakend. Waar feiten worden gescheiden van oordelen. Waar de proportionaliteit van onderzoeksmiddelen wordt bewaakt. En waar de rechter de gevolgde route accepteert.
Ook daarvan moeten organisaties, onderzoekers, HR-professionals, bestuurders en juristen leren.
Recht in Beeld helpt om dat leerproces mogelijk te maken. Door openbare rechtspraak systematisch te analyseren, ontstaat beter zicht op de vraag welke elementen rechters belangrijk vinden bij de beoordeling van onderzoek. Denk aan hoor en wederhoor, voortvarendheid, onafhankelijkheid, proportionaliteit, subsidiariteit, transparantie en de omgang met bewijs.
Juist deze zaak onderstreept waarom Recht in Beeld bestaat: om rechtspraak over onderzoek toegankelijk te maken en daaruit praktische lessen te halen voor de toekomst.
Drie praktische lessen voor organisaties
1. Leg de onderzoeksroute zorgvuldig vast
De rechter kijkt niet alleen naar de uitkomst, maar ook naar het proces.
Wanneer ontstond het eerste signaal? Wanneer werd het vermoeden concreet? Welke stappen zijn daarna gezet? Wanneer zijn beelden, documenten of verklaringen verkregen? Wanneer is de betrokkene gehoord? En wanneer is het besluit genomen?
Die tijdlijn kan beslissend zijn.
In deze zaak maakte de werknemer bezwaar tegen de onverwijldheid van het ontslag. De kantonrechter keek vervolgens nauwkeurig naar het moment waarop de werkgever daadwerkelijk kennis kreeg van het bestaan van belastend beeldmateriaal en naar de stappen die daarna zijn gezet. Juist daarom is vastlegging van de procesgang zo belangrijk.
2. Hoor de betrokkene concreet en confronteerbaar
Hoor en wederhoor is meer dan iemand “even spreken”.
Zeker bij ernstige beschuldigingen moet de betrokkene kunnen reageren op de relevante bevindingen. Als beeldmateriaal een centrale rol speelt, ligt het voor de hand dat de betrokkene daarmee wordt geconfronteerd en gelegenheid krijgt daarop te reageren.
Dat is niet alleen juridisch van belang. Het is ook elementair fatsoen. Onderzoek zonder wederhoor is vaak geen onderzoek, maar bevestigingsdrift in nette jas.
3. Handel voortvarend, maar niet blind
Een werkgever moet snel handelen zodra een dringende reden vermoed wordt. Zeker bij ernstige incidenten kan stilzitten schadelijk zijn voor betrokkenen, de organisatie en het vertrouwen in de norm.
Maar snelheid mag niet ten koste gaan van verificatie, context en zorgvuldigheid.
In deze uitspraak valt juist de combinatie op: de werkgever heeft na het concreet worden van het vermoeden een extern onderzoeksbureau ingeschakeld, beeldmateriaal verkregen, de werknemer gehoord en daarna snel besloten.
Voortvarendheid is dus niet hetzelfde als onmiddellijke sanctie. Soms betekent voortvarendheid juist: snel het juiste onderzoek starten.
Zorgvuldig onderzoek is ook begrensd onderzoek
Een belangrijke les uit deze zaak is dat zorgvuldig onderzoek niet per definitie groot onderzoek betekent.
Zorgvuldig onderzoek is passend onderzoek. Afgebakend waar dat kan. Diepgaand waar dat moet. Met oog voor de ernst van de feiten, de positie van betrokkenen, de beschikbare bronnen en de mogelijke gevolgen.
Dat vraagt steeds om een professionele afweging. Wat is het doel van het onderzoek? Welke onderzoeksmiddelen zijn noodzakelijk? Welke inbreuk op privacy of positie van betrokkenen is daarmee gemoeid? Kan het doel ook op een minder ingrijpende manier worden bereikt?
Die vragen zijn niet administratief. Ze vormen het morele en juridische hart van professioneel feitenonderzoek.
Tot slot
Deze uitspraak gaat over een ernstig incident in een kwetsbare zorgrelatie. Dat vraagt terughoudendheid in toon en precisie in analyse.
Voor AVAQ is dit geen zaak om te vieren. Wel is het een zaak om van te leren.
Zorgvuldig onderzoek voorkomt niet altijd schade. Maar onzorgvuldig onderzoek vergroot die schade vrijwel zeker.
Daarom blijven wij investeren in professioneel feitenonderzoek, heldere onderzoeksprotocollen en initiatieven zoals Recht in Beeld. Niet om rechtspraak te versimpelen tot vinkjes en dashboards, maar om beter te begrijpen wat rechters belangrijk vinden wanneer onderzoek binnen organisaties onder het vergrootglas ligt.
Goed onderzoek is zelden spectaculair.
Het is precies, toetsbaar en soms ongemakkelijk nuchter.
En juist daarin schuilt de waarde.
Wilt u sparren over zorgvuldig feitenonderzoek, een onderzoeksprotocol of de opvolging van een ernstige melding binnen uw organisatie? Neem contact op met AVAQ – Vidocq.